Wouter Paijmans

14 sep - 24 nov 2019

Het eerste wat opvalt aan de schilderijen van Wouter Paijmans, is dat er geen enkele druppel verf wordt gebruikt. Het zijn grote, ongeprepareerde doeken, gestapeld in verticale tweeluiken, waaraan enkele gevonden objecten zijn vastgehecht: veren, gedroogde vlinders en sprinkhanen, kunstbloemen en stroken Chinese zijde met geborduurde figuren van planten, dieren en vogels die vaak over de rand van het frame uitsteken. Wie de doeken van dichtbij bestudeert, kan kleine met de handgemaakte borduursteken onderscheiden, die bijna opgaan in de grijsbruine barre vlakte van de drager. In het werk van Paijmans zijn het deze steekjes die het dichtst bij het conventioneel schildergebaar komen.  Ze wijzen ook op de andere schilderachtige elementen die aan de orde zijn: kleur, lijn, vorm en textuur die composities vormen die zowel nauwkeurig als raadselachtig zijn.
Het is verleidelijk om Paijmans' werk te duiden als een commentaar op het uitsterven van de schilderkunst of als een poging om het medium te reanimeren door - in plaats van pigment - onwaarschijnlijke elementen zoals dode insecten of kitscherige prullaria aan te brengen. Deze interpretatie wordt echter ontregeld door de driedimensionale assemblages die de werken aan de muur flankeren en zich met het beeld bemoeien. Ons zicht op een van de doeken wordt gedeeltelijk ontnomen door een groene lichtbak, en een ander keer weer door een stoel op een aluminium pallet. Deze staan zo dicht bij het doek dat ze noch als daadwerkelijk zitmeubel, noch als autonoom sculptuur functioneren. Wellicht helpt het om deze objecten te zien als barricades waarachter Paijmans' doeken zowel kunnen schuilen alsook een aanval voorbereiden. (Tom Morton)