Wouter Paijmans

Stripes and Stars (Confection Painting)

14 sep - 24 nov 2019

Wouter Paijmans (Loon op Zand, 1991) stelt voor het eerst achttien nieuwe schilderijen tentoon, één origineel en zeventien kopieën. Een opvallend kenmerk van deze doeken is dat de kunstenaar geen verf, maar uitsluitend textiel heeft gebruikt. Hij introduceert met deze serie de notie van het confectieschilderij. Het ‘origineel’ – een zwarte hoodie met een oranje voering die als applicatie op een ondergrond van deels bloempatronen en strepen is genaaid – is na vervaardiging weer uit elkaar gehaald om als blauwdruk te dienen voor het maken van imitaties in wit.
Na de Gerrit Rietveld Academie voltooide Paijmans vorig jaar een residentie aan De Ateliers in Amsterdam. Tijdens zijn studie verruilde hij de schilderkwast voor naald en draad. Voor de nu tentoongestelde serie werkte hij tien uur per dag, zes dagen in de week in zijn eigen sweatshop, met zichzelf als opdrachtgever, manager en enige productiemedewerker. Ben je nog wel kunstenaar als je je eigen werk reproduceert, vraagt hij zich af. Wat is eigenlijk het verschil tussen origineel en imitatie, tussen unicum en massaconfectie?
Het is verleidelijk om Paijmans’ confectieschilderijen als ironisch commentaar op de hedendaagse kunstwereld te lezen, waar elk kunstwerk ook een product met een prijskaartje is. Belangrijker is echter de romantische dwang om werk te maken, die aan zijn praktijk ten grondslag ligt. Eerder al heeft Paijmans tweehonderd ooglapjes en driehonderd truien genaaid. ‘Misschien zijn absurditeit en gedrevenheid best goede startpunten om vanuit te werken,’ zegt hij. Wie naar de achttien doeken in de tentoonstelling kijkt, ziet hoe het herhalen van zetten telkens weer tot een nieuw kunstwerk leidt. Paijmans vergelijkt het maken van een werk met het bespelen van een piano. Alle toetsen zijn al eens aangeraakt, maar door het opnieuw indrukken in een andere volgorde ontstaat een nieuwe melodie, een nieuw kunstwerk.