Marlene Dumas

Kaapstad Zuid-Afrika 1953, woont en werkt in Amsterdam

Maar wie ik ben gaat niemand wat aan
1991
olieverf op doek
36 delen, elk 60 x 50 cm
geïnstalleerd 370 x 310 langdurig bruikleen van GGz Breburg
2017.lb.md.16

De Black Drawings van Marlene Dumas hebben een pendant gekregen, een geschilderde portrettengalerij die eveneens in het begin van de jaren negentig is ontstaan. Maar wie ik ben gaat niemand wat aan is een langdurig bruikleen van GGz Breburg, regio Breda aan De Pont en museum Het Dolhuys in Haarlem. 

Dumas maakte het in opdracht van de kunstcommissie van 't Hooghuys in Etten-Leur. Het werk bestaat uit 36 kleine schilderijen van 60 x 50 cm die in zes rijen van zes boven elkaar hangen. De reeks bevat 26 portretten van mannen en vrouwen, cliënten en medewerkers van de instelling voor geestelijke gezondheidszorg, plus een afbeelding van rockster Jim Morrison van The Doors met ontbloot bovenlijf. Ze worden afgewisseld met een paar huisdieren, knuffels, de maan en een gedicht van Jan Arends.

Het verhaal over het ontstaan van Maar wie ik ben… begint in 1989. Dumas, pas bevallen van een dochter, reisde verschillende keren naar 't Hooghuys. Ze legde contact met de vaste bewoners en maakte Polaroidfoto's. Telkens twee: één voor hen en een voor haarzelf. Bij de opdrachtgevers stond, overeenkomstig de tijdgeest, de interactie tussen kunstenaar en de vaste bewoners van de instelling centraal.

De portretten die ze op basis van de Polaroids maakte, getuigen van veel empathie voor de kwetsbare medemens. Cliënten en medewerkers vormen samen een gemeenschap, zo suggereert het werk. Het onderscheid tussen wie wie is lijkt verdwenen. Kun je mensen wel beoordelen op hun uiterlijk? Is de kikker rechtsboven een verwijzing naar het sprookje waarin een kikker door een kus verandert in een beeldschone prins?

'‘Ik / Ik / ben niet bang / voor wat er / zal gebeuren..'’ staat in het gedicht van Jan Arends. Hij verbleef tijdens zijn leven regelmatig in psychiatrische klinieken. In 1974 maakte hij een eind aan zijn leven door uit een raam te springen. Portretten herinneren ons ook aan onze eigen sterfelijkheid, schrijft Dumas in haar aantekeningen bij een foto van de dichter: "Misschien is kunst niet meer dan een hulpmiddel om ons te helpen de dood te accepteren."